Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

V.2.2.3. Het corruptiemotief531

Bij Bruuns verschijning voor Mapertuus, begint Reynaert terstond een list te verzinnen. Hij begrijpt heel goed wat Bruun komt doen en Reynaert weet dat de sterke beer een geducht tegenstander kan zijn als hij te vroeg doorkrijgt om de tuin geleid te zijn. Aangezien Reynaert er niet meteen zeker van kan zijn, dat Bruun in zijn val zal trappen en Reynaert überhaupt niet weet, of alles zich wel zo zal ontwikkelen als hij het zich voorstelt, probeert hij in hs. B Bruun voor zich te winnen door hem te vleien:

     Want uwen vroeden raet die sal my

     Te houe hoop ic helpen zeer (B601-602),

formuleert hij zelf als doel van zijn vleierij. En als Bruun gehoord heeft dat er honing te halen valt, is hij daar wel gevoelig voor, blijkens:

     Also lange als ic leue

     Wil ic sijn v getruwe vrient

     Jst dat gi my vanden honych dient (B635-637, A582-584 en F568-570).

Maar alleen in hs. B gaat Bruun hiermee in op de eerdere opmerking van Reynaert. Deze (gelukte) poging tot omkoping illustreert de slimheid en doortraptheid van Reynaert, die niets aan het toeval wil overlaten. Hij zal proberen Bruun te elimineren, maar mislukt dit, dan moet Reynaert proberen hem aan zijn kant te hebben.

Tybeert is bij zijn indaging in A1137-1141, F1124-1128 en B1159-1163 veel spontaner als hij zijn hulde in ruil voor muizen belooft:

     Wildi minen wille doen

     Dat ghi mi leet daer si zijn

     Daer mede mochti die hulde mijn

     Hebben al haddi minen vadre

     Doot ende mijn gheslachte al gadre.

 

De koningin op haar beurt probeert de rollen om te keren. Zij zegt dat Nobel Reynaert het leven zal schenken, op voorwaarde dat

     Ende ghi sult voert meer sijn vroet

     Ende goet ende ghetrauwe (A2504-2505, F2467-2468 en B2527-2528),

waarop Reynaert in A2506-2513 en F2469-2476 echter opnieuw het heft in handen neemt:

     Reynaerd sprac dit doe ic vrauwe

     Jn dien dat mi de coninc nv

     Vaste gheloue hier voer hu

     Dat hi mi gheue sine hulde

     Ende bruun alle mine onsculde532

     Wille vergheuen ende omme dat

     So willic hem wijsen den scat

     Den coninc al daer hi leghet.

In hs. B2529-2539 stelt Reynaert zijn eisen nóg duidelijker:

     Reynaert andwoorde lieue vrouwe

     Jn dien dat my die conincghinne nv

     Dit vast gelouen wil voor v

     Ende gi my geeft sijn hulde

     Ende alle brueken ende alle sculde

     Ende alle aen ticht wil vergeuen

     So wart nye coninck in sinen leuen

     So rijck als ic maken sal

     Want die scat is sonder getal

     Die ic hem wisen sel al dair hi leit

     Dair toe so bin ic al bereit.

In Reynaerts woorden klinkt wel een zekere poging tot omkoping door, maar hij belooft hier zelf niets expliciets, en in geen geval dat hij zijn leven zal beteren.

 

Vorig hoofdstuk: V Het eetmotiefVolgend hoofdstuk: V Het clanmotief