Download hier de bijlagen:
V.2.2.5. Het bijgeloofsmotief
"De middeleeuwse mentaliteit was geobsedeerd door het idee van de groep en beschouwde een bepaald minimum aantal leden als bestaansvoorwaarde. [...] Van wezenlijk belang was in elk geval het individu niet alleen te laten. De alleenstaande kon slechts tot kwaad vervallen. De grote zonde was zich af te zonderen"541 volgens de canonisten. "Het individu gold in de middeleeuwen als een gladjanus. De verschillende vormen van drukkend collectivisme verschaften het woord 'individu' een onguur aureool. Slechts door een wandaad kon het individu aan de groep ontkomen. Het individu was aas voor de galg, prooi voor de politie. Het individu was verdacht."542
