Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

VI.3. Conclusie

Het moge duidelijk zijn, dat hs. B de meeste mogelijkheden biedt om het verhaal logisch te laten verlopen. Dat zou bij de hypothese, dat het meest logische verhaal teruggaat op het meest authentieke handschrift, betekenen, dat we voor ons taalgebied uit moeten gaan van een tekst X, zoals neergelegd in de hss. B, C en D. Van dit verhaal afgeleid zouden dan zijn de hss. A en F, enerzijds verbonden met hs. E, anderzijds met hs. G. Hoewel beide laatste handschriften evengoed fragmenten kunnen zijn van een eerdere versie van Reynaerts historie; in het laatste stuk van hs. G wordt beschreven dat Bellijn met de “scerpe” teruggestuurd wordt naar het hof (wat zowel in hs. A, F, als B voorkomt); in het laatste stuk van hs. E wordt beschreven hoe Reynaert zijn vluchtplan tegenover Hermeline ontvouwt (hetgeen eveneens in hs. A, F als B voorkomt)

In schema:

Ofwel:



Op grond van het motievenonderzoek zijn dit de meest voor de hand liggende schema's. Veel blijft echter onduidelijk en waarschijnlijk zullen we daarmee moeten leren leven. De vraag waarom het origineel (hs. X), met als inhoud Reynaerts historie, gehalveerd is tot rond de 3400 regels van F of A kan niet beantwoord worden - evenmin als trouwens op het omgekeerde, waarom Van den vos Reynaerde een vervolg gekregen zou hebben, een bevredigend antwoord gevonden zou kunnen worden. Dat het origineel de lengte van hs. B zal hebben gehad, is te beargumenteren doordat de motieven, die bij lezing van Van den vos Reynaerde een onbevredigend gevoel bij de lezer moeten achterlaten, in het vervolg van B (en C) afgewikkeld worden en doordat de ontwikkeling van de motieven in de eerste helft van B beter gemotiveerd is. Ook in de vergelijking met andere teksten uit die tijd kunnen argumenten gevonden worden, die bovenstaande hypothese steunen. Is het niet zo, dat veel Middelnederlandse verhalen een structuur kennen, overeenkomstig die van Reynaerts historie? Zeker geldt dat voor de Arthurverhalen, waarnaar in de Reynaerts zo vaak (parodiërend) verwezen wordt. En is het niet zo, dat Reynaerts historie een veel beter einde heeft, want meer in de traditie van de middeleeuwen passend?

 

Totdat het originele manuscript gevonden is - wat waarschijnlijk nooit zal gebeuren -, zal het onderzoek naar de Reynaerttekst bemoeilijkt worden door externe factoren. Zo moeten we er voortdurend op bedacht zijn, dat elke overgeleverde tekst geactualiseerd is en dat het oudste voorliggende handschrift minstens driekwart eeuw na het origineel geconcipieerd is.

 

De vos laat zich nog altijd niet definitief vangen, maar we hebben hem - zo lijkt het - nu wel

stevig(er) bij de staart.

 

Vorig hoofdstuk: VI Samenvatting