Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

I.2.2. Hersinde's afstraffing

Er is nog een element in het verhaal, dat op het eerste gezicht niet lijkt te functioneren in de voortgang daarvan. Dat is de bestraffing van Hersinde aan het eind van de versies A en F en de overeenkomstige regels in B188. Behalve Bruun en Ysegrim, die beschuldigd zijn van een moordcomplot, moet namelijk ook Hersinde het ontgelden als Reynaert zich gereed maakt op pelgrimstocht te gaan189. Wordt Reynaert hier, zoals Wackers, 1986, p. 174, en Bouwman 1991a, p. 315, beweren, bewogen door wraakgevoelens, dan blijft echter de vraag waarom Reynaert deze wraak ten opzichte van Hersinde onbestraft kan botvieren190. Reynaert en zij hadden een verhouding, zo is voor iedereen duidelijk geworden, en volgens B1683 zou Hersinde daaraan even medeplichtig zijn als Reynaert, misschien was zij zelfs wel de initiatiefneemster, getuige Grimbeerts repliek op Ysegrims klacht in het begin191. Grimbeert vertelt in A177-232, F173-221 en B185-238 naast verschillende zaken die Ysegrim aan Reynaert misdaan zou hebben, dat Hersinde en Reynaert al meer dan zeven jaar een verhouding hebben die van twee kanten komt. Dit gegeven wordt overigens in B249-250 het treffendst door Grimbeert gebagatelliseerd met:

     Wats dan sy was te vreden ende cort genesen

     Wat clage soude dair meer off wesen,

gevolgd door het bijtende:

     Wair ysegrim hier hi souds ontberen

     Hy doet hem selue luttel eren

     Dat hi sijn wijff aldus bedraecht

     Ende sy selue niet en claecht (B251-254),

waarmee Ysegrim expliciet als hoorndrager ten tonele gevoerd wordt192. Uit de verhouding zouden, volgens een interpretatie van hs. B253 ("dat hi sijn wijff aldus bedraecht": dat hij zijn vrouw op zo'n manier drachtig laat zijn) en B2146 ("Sijn wijff ende haers neuen kijnder": Hersinde is de moeye van Reynaert) zelfs kinderen geboren zijn die door Hersinde opgevoed worden193. Voor deze misstap was zij nog niet bestraft geworden en wellicht neemt Reynaert hier de gelegenheid te baat om ook haar legaal te "pakken".

   Overigens blijkt uit B251 dat Ysegrim zich uit de voeten gemaakt heeft bij alle beschuldigingen. Ook in de andere versies begint Grimbeert met zijn beschuldigingen te adresseren aan Ysegrim, maar zowel in A231, F219 als B236 spreekt Grimbeert opeens over Ysegrim als iemand in de derde persoon enkelvoud in plaats van de tweede persoon, zoals eerder gebeurt.

   Reynaert kan niet voor overspel vervolgd worden, omdat het met toestemming van Hersinde zelf geschiedde (zie A235-237, F223-225 en B241-243): "Indien een gehuwde dame echtbreuk pleegt, verliezen zowel zij als haar man hun goede naam, terwijl een overspelige echtgenoot (hier Reinaert) noch zichzelf noch zijn gade onteert" (Bouwman 1991a, p. 197). Reynaert durft de wolvin in B6402-6404 zelfs op te roepen om haar te laten getuigen dat zijn versie van de gebeurtenissen de juiste is. Dat zij daar niet op reageert, doch over iets anders begint (het putavontuur, waarmee zij wellicht meer eer denkt in te leggen194, kan in dit geval misschien zelfs gezien worden als een bevestiging.

   De afstraffing van Hersinde bestaat erin dat zij twee "scoen" moet afstaan. In A2861-2862 en F2829-2830 lijkt het erop dat Reynaert tegen de koningin zegt:

     Doet haersenden miere moyen

     Gheuen twee van hare scoen.

M.i. zou het echter ondenkbaar zijn dat Reynaert de koningin in de gegeven situatie zo'n opdracht zou geven. In B2857-2858 onderbreekt Reynaert daarentegen zijn gesprek met de koningin om Ysegrim deze opdracht te geven, waardoor ook het vervolg beter tot zijn recht komt:

     Ende doet my ysegrim mijnre moeyen

     Geuen oec twee van haren scoen

     Ghi moechtet wel myt eren doen

     Want sy blijft thuus in haer gemaec,

waarbij het "mijnre moeyen" dan niet opgevat dient te worden als bijstelling, zoals in A2861 en F2829, doch als lijdend voorwerp en "ysegrim" dientengevolge als de aangesproken persoon. Uiteraard ìs het de zaak van de echtgenoot zijn vrouw voor haar ontrouw te straffen, vandaar dat in B2859 te lezen staat:

     Ghi moechtet wel myt eren doen,

en ook in A2863 komt dit voor als:

     Dit moghedi wel met eeren doen,

hoewel Reynaert hier de opdracht wel aan de koningin gegeven heeft195 (F2831 heeft: "Si macht wel mit eren doen", wat in dit geval niet veel zinnigs oplevert).

   Tegen Hersinde zelf zegt Reynaert in A2907-2910 en F2873-2876:

     Bedi sal ic hu scoen an draghen

     Godweet dats al huwe bate

     Ghi sult an hoghe aflate

     Deelen ende an al dat pardoen196,

en in B2901-2902:

     Dair om wil ic v schoen dragen

     Ende gi sult deylen aen perdoen,

waarbij aangetekend moet worden, dat het mij vreemd voorkomt, dat iemand aflaat zou kunnen verkrijgen zonder er lijfelijk bij aanwezig te zijn. Is dat de reden dat in B2902 uitsluitend sprake is van "perdoen"?

   Net als bij de aframmeling van Bruun en Tybeert - en volgens de lekenbiecht en toespraak aan het hof geldt dat ook ten aanzien van Ysegrim - die uit stelen gingen, heeft Reynaert het recht aan zijn kant als hij de overspelige Hersinde laat boeten voor haar daden. Zo bezien past dit gegeven perfect in het rijtje door Reynaert verrichte acties ten einde een overtreder van de wet te (laten) bestraffen.

 

Vorig hoofdstuk: I Cantecleers mogelijke misstapVolgend hoofdstuk: I Reynaerts "eerlijkheid"