Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

II.2. Tybeerts angst voor het hof

Tenslotte blijft de (structurele) vraag openstaan, waarom Tybeert niet bestraft wordt voor zijn aandeel in het moordcomplot253.Het antwoord hierop ligt voor de hand: hij is simpelweg niet aanwezig aan het hof als Ysegrim en Bruun het moeten ontgelden.

   Als Tieceline de uitslag van Reynaerts biecht verteld heeft aan de dieren die bezig zijn de galg in gereedheid te brengen, spoeden Bruun en Ysegrim zich in A2809-2810, F2777-2778 en B2811-2812 naar het hof om te redden wat er te redden valt. Tybeert blijft waar hij is, want:

     Hi was van zinen ruwen balghe

     Jn zorghen so groet vtermaten

     Dat hij gherne wille laten

     Sine oeghe varen ouer niet

     Die hij in spapen scuere liet

     Jn dien dat hi verzoent ware

     Hine wiste wat doen van vare (A2815-2821 en F2783-2789),

dan wel:

     Tybaert sprac ende was veruaert

     Ende in zorgen so wttermaten

     Dat hi ghern wilde laten

     Sijn oge varen om niet

     Dat hi tot des papen huus liet

     Op dat hi reynaerts vrient waer

     Hi en weet wat doen van vaer (B2813-2819),

Waaruit moge blijken dat de “vroede” Tybeert banger voor Reynaert is dan voor de koning.

Maar hiermee is de boven gestelde vraag nog niet afdoende beantwoord. Men had Tybeert namelijk zonder al te veel moeite (in hs. B zelfs met nog minder moeite dan in de andere versies, want hier verplaatsen álle dieren zich naar de galg) naar het hof kunnen ontbieden of op kunnen laten halen. Waarom gebeurt dat niet?

   Voor wat betreft de versie in de handschriften A en F had dat inderdaad gekund. Immers, in:

     Tybeert bleef zeere veruaert

     Ende hi bleef sittende vp die galghe (A2813-2814 en F2781-2782)

lezen we dat de kater bleef waar hij was en waar iedereen hem had kunnen vinden, gepreciseerd zelfs nog door:

     Hine wiste wat doen van vare

     Dan hi ghinc sitten vp die micke (A2821-2822 en F2789-2790).

Deze plaatsbepalingen ontbreken in hs. B. We kunnen uit deze regels gewoon niet opmaken waar Tybeert blijft. Het kan heel goed zijn dat hij weg vlucht, al staat dat niet met zoveel woorden in de tekst. Volgen we echter het verhaal, dan komen we na de “vermaking” van Bruun, Ysegrim en Hersine de volgende passage tegen:

     Hadde oec doe ter seluer stont

     Tybeert die cater ghewesen daer

     Jc dar wel segghen ouer waer

     Hi hadde so vele ghedaen te voren

     Hine waers niet bleuen sonder toren (A2921-2925 en F2887-2891),

waarop de aandachtige lezer/toehoorder wel moet denken: wat houdt ze tegen die kater even op te halen, als hij zo veel op zijn kerfstok heeft? (Maar heeft hij wel zoveel misdaan? In het moordcomplot was Tybeert toch meer een meeloper en niet een van de belangrijkste figuren daarin).

In B2913-2917:

     End had oec dair ter seluer stont

     Al dair geweest tybert die cater

     Hy had hem oec gewarmt een water

     So dat hi niet en had ontgaen

     Hi en had scand en scaey ontfaen,

waar de mishandeling van Bruun, Ysegrim en Hersine in de nabijheid van de galg geschiedt, lezen we dat Tybeert niet meer “dair” is. Kennelijk is hij er dus vandoor gegaan.

   Ook hier biedt hs. B een meer plausibele mogelijkheid van lezing dan de andere versies.

 

Vorig hoofdstuk: II Het vluchtplanVolgend hoofdstuk: DEEL III: HET MOTIEF VAN DE DUBBELZINNIGHEDEN