Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

DEEL IV: HET MOTIEF VAN DE ONDERLINGE VERHOUDINGEN

IV.1. Reynaerts relatie tot de andere dieren in het verhaal

In en verhaal is altijd sprake van relaties tussen personagesm en die relaties zijn aan verandering onderhevig c.q. ontwikkelen zich. Ook hierin kunnen motieflijnen worden gezien en ook die zullen we, voor zover voorkomend in het Reynaertverhaal onderwerpen aan een onderzoek naar logische consistentie ten einde een uitspraak te kunnen doen omtrent de authenticiteit van de Reynaertteks.

   Als het verhaal begint, zijn alle dieren aan het hof van Nobel verzameld,

     Sonder voss reynaert alleyn

     Hi had in thoff so veel misdaen

     Dat hi dair niet en dorst comen gaen (B60-62, A50-52 en F50-52),

waarmee meteen de verhoudingen duidelijk gesteld worden. Behalve Grimbeert heeft Reynaert (vooralsnog - in Reynaerts historie zullen er in de loop van het verdere verhaal nog wat dieren bijkomen) geen medestanders aan het hof. Grimbeert is de enige die het voor hem opneemt tijdens de eerste aanklachten335. Hij is het die Reynaert meekrijgt naar het hof en hem onderweg de lekenbiecht afneemt en hem - op een niet al te onplezierige manier336 - "penitentie" oplegt. Aan het hof echter, als blijkt dat Reynaert opgehangen zal worden, neemt hij "oorloff" en vertrekt, samen met "een groot deel van reynaert magen" (B1919), oftewel: "reynaerts naeste maghen" (A1888 en F1883). Reynaert staat er dan helemaal alleen voor, zo lijkt het, maar als hij begint te vertellen van de schat die hij zijn vader ontstolen heeft, vindt hij met name de koningin al snel aan zijn zijde. En niet veel later staan de andere dieren voor hem te bibberen.

   De relatie waarin Reynaert tot de andere dieren staat, ontwikkelt zich dus van een afhankelijke tot een overheersende. In die ontwikkeling lijken de koning en koningin als draaipunt te functioneren. Als Reynaert hen maar aan zijn zijde heeft, heeft hij niets meer te vrezen. Die ontwikkeling in de relatie vindt echter niet zomaar plaats. Ook hier moet Reynaert alle zeilen bijzetten, want aanvankelijk moeten we in hen Reynaerts ergste vijanden zien.

 

Vorig hoofdstuk: III De knipogen van WillamVolgend hoofdstuk: IV De verhouding tot de koning