Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

IV.1.2. De verhouding tot de koningin

Belangrijker dan de verhouding tot de koning, is Reynaerts verhouding tot de koningin, zoals we in bovenstaande reeds bemerken konden. Alleen via haar weet Reynaert zijn vrijlating gedaan te krijgen. Haar krijgt Reynaert daadwerkelijk aan zijn kant, de koning doet daarna slechts wat zij van hem verlangt350. Natuurlijk kan Nobels gedrag ingegeven zijn door een poging zijn verdere eer te redden. Heeft hij eenmaal besloten Reynaert niet te veroordelen, dan moet hij hem ook geheel voor zich winnen om te voorkomen dat Reynaert uit de school zal klappen over zijn vroegere relatie met de koningin351. Zegt Dirc Potter in Der minnen loep niet dat de echtgenoot van een echtbreukige vrouw ook zějn goede naam verliest (Van Oostrom 1987, p. 237)352?! Reynaert heeft (mogelijk) veel minder te verliezen wat dat betreft: "is het de man die zich te buiten gaat, dan betekent dit voor niemand eerverlies - hooguit een zonde, waarvoor de man zich tegenover God zal hebben te verantwoorden, maar niet jegens zijn medemensen, zelfs zijn eigen echtgenote niet" (Van Oostrom 1987, p. 237)353.

   Van de koning zegt Reynaert aanvankelijk dat hij hem "toren" (A1474), "laster" (F1464) of "scand" (B1514 en D1514) gedaan heeft, in de hss. A1475 en F1465 zegt hij de koningin "mesprijs" gedaan te hebben. Volgens hs. A1476 zullen beiden deze "toren" en "mesprijs" niet snel te boven komen. In hs. F1466 staat dit gegeven echter in het enkelvoud ("Dat si spade sal gewinnen") en slaat het alleen op het "mesprijs" van de koningin. Ook in de hss. B1514-1516 en D1514-1516 staat het enkelvoudige

     Dat sy spaede sel verwynnen,

doch hier is het antecedent de "scand" die Reynaert koning en koningin aangedaan zou hebben, waarin eventueel tevens het motief van de latere stellingname van de koningin voor Reynaert gegeven is en de aanvankelijke reserves daarin mee te gaan van de koning. Wellicht schat Reynaert de reactie van de koningin op die schande hier nog verkeerd in, want hij zal vooral op háár steun en voorspraak kunnen rekenen354, maar daar gaat het hier niet om. Dit relatiemotief wordt aangestipt als spanningselement en als voorbereiding op de veranderende houding van de koningin.

 

Natuurlijk probeert Reynaert de aandacht van koning en koningin voor zich te winnen door van de gestolen schat te vertellen355:

     Ende en wair hi oec gestolen nyet

     Dair wair groot moort off gesciet

     Aen v selfs edel lijff (B2166-2168, A2147-2149 en F2129-2132).

In hs. B2169-2170 lezen we verder:

     Doe dit die coninck ende sijn wijff

     Hoorden worden sy veruaert356,

terwijl in de hss. A2151 en F2133 alleen de koningin "veruaert" wordt. In alledrie de versies barst de koningin dan in geweeklaag uit, waarin ze de vos in A2152 zelfs met "lieue reynaert" aanspreekt, waarna ze het woord verder tot hem richt. Ze zegt in B2177-2180 tegen Reynaert:

     Dat gi die wairheit segget al

     Ende openbaer brengt voort

     Al dat v cont is vanden moort

     Die tiegen mijn heer ende my gaet357,

terwijl ze in A2162 en F2144 slechts zegt:

     Die ieghen minen heere gaet358.

Nu is ook niet ondubbelzinnig duidelijk geworden tegen wie het moordplan gericht was. Het meest logisch is natuurlijk de gedachtegang dat het tegen Nobel bedoeld was, maar er is een kleine ruimte voor de interpretatie van de koningin dat het tegen beide gericht zou zijn. Misschien schuift zij zichzelf middels deze interpretatie op de voorgrond, in ieder geval zou ook zij getroffen zijn geweest als de koning vermoord zou zijn geworden. Auctoriaal wordt vervolgd met:

     Nu hoert hoe reynaert sal verdoren

     Den coninc entie coninghinne

     Ende hi beweruen sal met zinne

     Des conincx vrienscap ende sine hulde (A2164-2167, F2146-2149),

terwijl de versie van B2183-2185 is:

     Nv hoort hoe reynaert sel verdoren

     Den coninck en der coninghynne

     Ende haerre beider gewynnen.

Reynaert richt zich in B dus wel degelijk tot allebei als hij zijn leugenachtige

     - Nv wil hi so liegen wttermaten (B2193) -

verhaal opdist. Aangezien de koningin het felst reageert (en zij Reynaert het meest na staat), spreekt Reynaert haar het eerst toe in A2180, F2162 en B2197.

   Het is ook de koningin die Nobel volgens de hss. A2209-2213 en B2229-2232 de raad geeft stilte te gebieden, zodat Reynaert zijn openbare biecht kan houden359. In B2229 staat bovendien nog:

     Der coninghinne iammerde van desen,

omdat Reynaert doet alsof hij bang voor de dood is.

   Als Nobel en de koningin hem dan vragen de schat te wijzen, zegt Reynaert in de hss. A en B, dat hij wel gek zou zijn die schat te wijzen aan degene die hem wil ophangen. In A2496-2498 heeft Reynaert het duidelijk tegen Nobel als hij dat zegt:

     Ende alse reynaerd horde dat

     Sprac hi soudic hu wijsen mijn goet

     Heere coninc die mi hanghen doet.

In hs. B2517-2519 (en ook in hs. F2459-2461) is dat algemener gehouden:

     Als reynaert verhoorde dat

     Sprac hi . soud ic wisen mijn goet

     Den coninck die my hangen doet,

Waarop de koningin gemakkelijker kan reageren, wat ze dan ook doet. Zij belooft hem namelijk vrijspraak, op voorwaarde dat hij voortaan trouw en goed zal zijn. Dit geheel in de parodiërende lijn van de rol van adellijke dames in ridderromans360. Nobel blijft aanvankelijk sceptisch, maar zijn vrouw overtuigt hem van Reynaerts integriteit (door er op te wijzen dat hij zijn eigen vader en neef beschuldigd heeft). Nobel gaat vervolgens overstag. En als Reynaert vrijgesproken is, staat er in B2764-2765:

     Reynaert stont bider conincynnen

     Die hi te recht wel mochte mynnen.

   Ook later, in het vervolg van hs. B, zal de koningin het voor Reynaert opnemen361 (B3665-3693) en samen met Firapeel de koning ertoe bewegen Reynaert toe te staan zichzelf te verdedigen (B3694-3707). Wanneer Grimbeert dat aan de vos meedeelt in B3860-3861, verheugt dat Reynaert zeer:

     Reynaert sprac so bin ic vro

     So en ducht ic van nyement een haer

     Ende ic en hoorde nye lieuer maer

     Jc sel mijn recht nv wel bedringen (B3862-3865).

Middels de vertelling van het Parisoordeel (B5499-5563), voorkomend op de kam die van het schouderbot van de panthera vervaardigd is en die hij samen met de spiegel aan de koningin gezonden zou hebben (B5446-5450), zal Reynaert op zijn beurt weer pogen de koningin te vleien en haar opnieuw voor zich te winnen.

 

Vorig hoofdstuk: IV De verhouding tot de koningVolgend hoofdstuk: IV Van aangeklaagde tot aanklager