IV.2. Het spel met de aanspreekvormen
Het gehele verhaal, alle motieflijnen incluis, wordt gedragen door de dieren die erin meespelen. In de onderlinge communicatie laten zij onder andere zien in welke positie zij ten opzichte van elkaar staan. Opvallend daarbij is, dat die posities blijkbaar kunnen veranderen. Dat geldt niet alleen voor wat betreft de rol die gespeeld wordt, ook in de manier waarop de dieren elkaar bejegenen: soms positief, dan weer negatief. Reynaert wordt bijvoorbeeld helemaal niet altijd slecht tegemoet getreden. Door zijn verwanten wordt de vos - natuurlijk - altijd positief benoemd, maar ook door anderen in situaties, waarin van Reynaert iets verkregen zou kunnen worden. Wackers (1986, p. 249) heeft voor Reynaerts historie onderzocht op welke manier de dieren over Reynaert spreken en een van zijn belangrijkste conclusies is, dat het gesproken woord van groot belang is voor de structuur van de tekst377. Arendt had eerder al betoogd, dat de "Funktion der wörtlichen Reden im Reynaert ist [...] die Selbstdarstellung, die zur satirischen Entlarvung führt"378. En hij roemt op p. 125-127 Willem erom, dat hij "seine Worte nach der Situation wählt". Dit naar aanleiding van de benamingen van het vossenhol in de diverse situaties en Reynaerts taalgebruik ten opzichte van Hermeline: "Reynaert redet seine Gattin mit 'u' und 'vrauwe Hermeline' an und nimmt mit 'hoofschen woorden ende met sconen' (A1422, F1410, B1464: 'Mit sueten woorden ende sconen'), die diesmal völlig aufrichtig sind 'an de sine orlof'" (A1423, F1411 en B1465). Ook Lulofs heeft er in een eerdere publicatie al op gewezen, dat het gebruik van de aanspreekvormen een belangrijk object van onderzoek kan zijn379. Zo komt Lulofs 1967, p. 248, tot het vermoeden dat er in de middeleeuwse literaire traditie verhoudingen geschetst worden "waar afhankelijkheid een relatie schept die niet met het gebruikelijke hoofse ghi uitgedrukt kan worden", maar waar dat met du gebeurt380. Maar ook de aanspreekvormen in de zin van benamingen - waar Lulofs noch Arendt381 het over hebben - blijken belangwekkende onderzoeksresultaten op te leveren382.
Grofweg kunnen we een tweedeling in de aanspreekvormen - waaronder we ook de aanspreektitels laten vallen - aanbrengen: die welke een zekere eerbied uitdrukken en die welke een zekere familiariteit uitdrukken383. De eerste soort wordt ten eerste gebruikt om uit te drukken dat het aangesproken personage in de hiërarchie boven de gebruiker van deze aanspreekvormen staat384; ten tweede wordt ermee uitgedrukt dat men in een afhankelijke relatie verkeert met de aangesprokene, waarbij deze aanspreekvormen dan een zekere vleifunctie kunnen hebben385. De tweede soort wordt gebruikt voor personages (dieren), die op de hiërarchische ladder onder de spreker staan en voor dieren die men in zijn macht heeft386. Dit laatste kan dan een uiting zijn van neerbuigendheid. Het moge duidelijk zijn, dat de aanspreekvormen niet in alle gevallen vaststaan. Een dier kan dan eens met de ene en dan eens met de andere vorm aangesproken worden, waardoor een zeker spel ontstaat, dat verteller en lezer samen moeten spelen om de relaties tussen de dieren fijn te kunnen doorgronden.
Ten einde het gebruik van de aanspreekvormen te onderzoeken, verdelen we de tekst in scènes en aangezien Reynaert de centrale figuur in het verhaal is (en buiten hem nauwelijks sprake kan zijn van een spel387), zullen we ons voornamelijk beperken tot die scènes, waarin Reynaert handelend en sprekend optreedt388. Telkens zullen we in deze scènes onderzoeken hoe de dieren elkaar aanspreken389 en welke conclusies daaruit kunnen worden getrokken.
Scène 1: De indaging door Bruun
De eerste scène waarin Reynaert handelend en sprekend ten tonele gevoerd wordt, loopt van A497, F483 en B524 tot en met A960, F946 en B984. Hoofdrolspelers in deze scène zijn Bruun en Reynaert. De auctoriale verteller duidt beide dieren alleen met hun naam aan. Slechts tweemaal wijkt hij hiervan af. Hij noemt Reynaert "neve" en Bruun "oem" in A684, F670 en B735390. De tweede keer gebeurt het in A703 en F689, waar over Reynaert gezegd wordt,
Hoe hi sinen oem ghinc rampineeren.
