III.1.1. Reynaerts dubbelzinnigheden
Verschillende malen gebeurt het in de tekst, dat Reynaert zijn tegenstanders erin laat lopen. Wackers (1986) heeft ten aanzien hiervan aangetoond dat voor Reynaerts historie gesteld kan worden, dat Reynaert zijn misdaden altijd via een spreekact bedrijft, althans steeds door te spreken de situatie creëert die noodlottig blijkt voor de tegenpartij. Inderdaad laat Reynaert zijn vallen vaak voorafgaan door een waarschuwing, die echter door de opponent in kwestie niet altijd (bijna nooit) begrepen wordt262. Maar als lezer kennen we het verhaal en de afloop van de verschillende scènes263. Daardoor kan het gebeuren, dat de lezer een actieve rol toebedeeld krijgt in de voorbereiding van de gebeurtenissen. De tekst werkt immers pas optimaal als de dubbele laag ervan onderkend wordt264. Die dubbele bodem is vaak zelfs nog belangrijker dan het verhaal zelf, meent Wackers (1986, p. 33-34): "Het verhaal zelf, de narratio, heeft geen eigen waarde. Het gaat om de betekenis, de significatio. Deze wordt door de narratio overgebracht. Daarop moet het publiek gericht zijn."265 Hoezeer dit voor het primaire Reynaert-publiek gold, moge ook blijken uit de proloog van de Esopet (r. 19-22):
